SMALTS
Terug naar discografie
Album

It's Good to Be on A Well Run Ship

Smalts · 2014

 ‘It’s good to be on a well-run Ship’ gaat over het zinken van de  Koersk, een Russische kernonderzeeër.  Op 12 augustus 2000 zonk het vaartuig in de Barentszzee na een ongeluk. Daarbij kwamen alle 118 opvarenden om het leven. 

 
De Smalts muzikanten kregen het idee om met synthesizers en effectapparatuur een onderwaterlandsachp te creëren en de tragische gebeurtenis te verbeelden. Soms werd het zweverig, hier en daar vrolijk, maar meestal voelde het angstig. De akoestische instrumenten zijn ondergedompeld in het digitale landschap van studio DAC. Analog meets digital, bovenwater vermengd met onderwater.
Tegelijk was dit het onderwep bij uitstek om onze belangstelling voor realisme, surrealisme en absurdisme te gebruiken voor het verbeelden van de tragedie. We maken in het drama van de Koersk kennis  met de dichters William Butler Yeats, Walter de la Mare, Arthur Rimbaud en Christina Rossetti
 
Het idee van Wim Dekker om een conceptalbum te maken was gewaagd, misschien vergezocht, maar het valt in goede aarde bij de Smalts bandleden in studio DAC.  Het is de kiem om in alle volgende Smalts albums gedichten op muziek te zetten. De speelstijl op Good to be is een reactie op de vele reclame- en filmmuziek die de muzikanten in DAC op dat moment maakten. Toegapaste compositie in het dienstbare reclamevak maakt plaats voor het gevoel van vechten tegen verdrinken en verstikken.
Door het drama van de Koersk kan de band nummers vormgegeven met een ingebeelde stemming in de gezonken onderzeeër. Wanhoop, doodsangst, berusting en hallucinaties drijven in het geluid van de zee. We proberen ze te troosten. We proberen ons zelf te redden.
 
De CD opent met Salley Gardens.  Een gedicht van William Butler Yeats 1865-1945. Yeats was een Iers dichter, toneelschrijver, mysticus en Iers senator in de jaren twintig.
 

Down by the salley gardens. My love and I did meet. She crossed the salley gardens. With little snow-white feet. She bid me to take life easy. As the leaves grow on the tree. But I was young and foolish. And with her I did not agree. In a field down by the river. My love and I did stand. And upon my leaning shoulder. She laid her snow-white hand. She bid me take life easy. As the grass grows on the weirs. But I was young and foolish. And now I am full of tears. It was down by the salley gardens. My love and I did meet. She crossed the salley gardens. With little snow-white feet
She bid me to take life easy. As the leaves grow on the tree. But I was young and foolish. And with her I did not agree.

 
De tekst gaat over een jongeman die klaagt over het verlies van zijn meisje dat hij zou ontmoeten bij the Salley Gardens.  Het gedicht is een voorbode voor het verlies van de Koersk-bemanning.
 
Bliss is een instrumentaal nummer met alle Smalts kenmerken. Metaal klinkende ballofonen en sitars geven de impressie van de stalen huls van de onderzeeër. Het nummer begint liefelijk, maar krijgt een dreigende toon.
 
Some One is een tekst Walter de la Mare 1873-1956󠁧󠁢󠁥. 

Some One came knocking, At my wee small door, Some One came knocking, I’m sure-sure-sure, I listened, I opened,  I ook to left and right, But nought there was a stirring, In the still dark night

De tekst beschrijft een overheersende fascinatie met het mysterieuze en bovennatuurlijke. Het wordt Koersk-achtig  door het ongemakkelijke Residents sfeertje in de muziek. 
 
Zuwasi is een instrumental vol etnische muziekinstrumenten. Het is het eerste van de twee nummers die frivoliteit en plezier uitstralen. Een gefilterde 'onderwater' synthesizerbas wordt aangevuld met een heldere flamenco gitaar, gamelan, sitar en scherpe hoge percussie. Accordeons zetten de toon van zeelieden op hun eindeloze zee. Of onder de zeespiegel.
 
Low is een instrumentaal nummer dat voornamelijk op gamelan is gebaseerd. Het is aangevuld met percussie die onderwater lijkt opgenomen. Het is een nummer vol bezinning, en het naderende onaangename einde wordt geaccentueerd met reggae on-drops, die als kogelschoten klinken. Stemmen zijn vervormd en langgerekt. De synthesizers lijken echo's van monsters.
 
Soljaris is het tweede nummer in een exotische sfeer, waar weer flamenco wordt gespeeld zoals op Zuwasi.  De tekst is ingesproken door Nina Targan-Mouravi. Ze begint met een krakerige radiostem maar wordt daarna glashelder. De boodschap is getyped en haar verhaal wordt steeds indringender. Een boodschap van beneden naar de wal. Accordeons en synthesizers stromen als water om de gitaar.
 
Kogel is een bijzonder nummer. Het is een oude compositie van Minny Pops, nu volledig op Smalts wijze  gespeeld. Het is een funky uitvoering, met een groet aan de Minny Pops, en een vaarwel aan de bemanning van de Koersk. "Schiet op de stalen wand" is het begin van het einde. De onderzeeër gaat er aan. Smalts is een incarnatie van de Minny Pops. De funky drumpartij is weloverwogen samengesteld door studio engineer Roger Verhaart en drummer Rubin Ootes. Hoe breng je een ode aan de Korg Minny Pop ritmebox ? Met een monotone speelstijl van een groove, die je niet makkelijk met een ritmebox maakt. Traditioneel zijn ritmeboxen sequencers met sterk gekwantiseerd ritmes en een synthetische geluidsbron. Een Linn-drum kon wat meer gevarieerde grooves opnemen, maar speelde toch nog vrij statische 12 bit samples. De Midi recorder in Studio DAC gebruikte echter gespeelde grooves op Roland  virtual instruments, die toch weer als een ritmebox klinken.  Een "good old eighties vibe",  met de techniek van 20 jaar later.  In dit nummer weer de begeleiding van sitars, gitaren en percussie, die met flange-, phase- en galm effecten een waterige klank krijgen. De Koersk is geraakt en zakt naar de bodem.
 
Silver Hours is een instrumental à la Smalts. De titel refereert aan Arthur Rimbaud. Het begint met een kabbelende zee. We kijken aan de vloedlijn naar de plek des onheils. Lome gitaren geven een melancholische sfeer, de kinderstemmen zijn vrolijk maar soms ook angstaanjagend. Het zijn flashbacks van een leven. Overal zweven angstige, onaangename stemmen.
 
Click is een instrumental gebaseerd op een krar, een Ethiopische lier die wordt aangevuld met  zeeziekmakende synthesizers.
 
Dance with me is een instrumentaal nummer van bas en geneuriede melodieën. Weer zijn er funky drums op de digitale Roland drumkit. Spookachtige synthesizers effenen het pad voor een overdrive gitaar. Dans met je geliefde op weg naar het einde.
 
Flying  is een draaiende kolk op weg naar het hiernamaals. De krar, gitaar, accordeon en synthesizer maken sterke stereo bewegingen, van hier en daar, en van beneden naar boven.
 
Golden Hours  refereert naar Arthur Rimbaud. Dit  instrumentale Smalts nummer heeft onmiskenbare Residents invloeden.  Het Golden Hour straalt vooral berusting  uit.
 
Goodbye in Fear is de afsluiter met een tekst van Christina Rossetti.  Klassieke gitaar bepaalt het  hoofdmotief, wat wordt aangevuld door synthesizers. De gezonken Koersk-onderzeeër, met een gevallen bemanning verdienen een afscheid.
 

Recensent Jan Lijsterburg vatte het samen in december 2002

“Opgedragen aan de familieleden en vrienden van degenen die hun leven verloren bij het tragische ongeluk met de Koersk onderzeeër ”, staat in het tweetalige, Engels en Russisch, boekje bij deze verrassende tegenhanger van de Titanic. Hoezo ironische titel? Een typisch geval van programmamuziek, want de nummers heten allemaal min of meer betrekking te hebben op de twee jaar geleden verongelukte atoomonderzeeër .
Smalts is een band voortgekomen uit de Minny Pops. Twintig jaar geleden brachten ze enkele inmiddels zeer obscure platen met instrumentale muziek uit, en nu zijn ze ineens terug. De activiteiten van de leden in deze lange pauze zijn te herkennen in de muziek. Wim Dekker verzorgt onder de naam Moskwood Media (www.moskwood.nl) prachtige arthouse films op video en dvd uit alle windstreken, met een specialisatie in Rusland en de voormalige Sovjet-Unie. Pieter Mulder specialiseerde zich in het bespelen van etnische muziekinstrumenten, en Rubin Ootes en Zip Boterbloem richtten zich op studiowerk en computertechnologie, zo valt in het persbericht op www.smalts.nl te lezen. 
De Russische inslag blijkt al uit het onderwerp. Moskwood brengt ook videowerk van The Residents uit, en die invloed is erg duidelijk in de typerende harmonieen, houterige ritmiek en vervormde stemmetjes. Andere herkenbare inspiratiebronnen zijn ambient (Brian Eno) en minimal music, met name Terry Riley, wiens werk Smalts ook gaat uitvoeren. 
Er wordt gebruik gemaakt van een enorme diversiteit aan elektronische en akoestische instrumenten (fluitjes, vele exotische en virtuoos bespeelde snaarinstrumenten, flamenco gitaar). Zijn de bronnen herkenbaar, volkomen uniek is de combinatie. Soms lijken de muzikanten ieder in een volkomen andere muziekstijl te spelen. Dat dat dan ook nog vanzelfsprekend en ongeforceerd overkomt is wonderbaarlijk. It’s good is dan ook een buitengewoon avontuurlijke, gevarieerde plaat geworden. Gezien het onderwerp ook verrassend lichtvoetig en prettig om naar te luisteren. Aanzienlijk prettiger dan om op de levenloze Koersk te zitten verpieteren dus.
Nu is dat programmatische karakter natuurlijk betrekkelijk. De plaat begint met een haast naïef sereen liedje, een ontmoeting in de Sally Gardens, waarin de ik-figuur het advies krijgt het leven niet te ernstig te nemen. Het slotlied Goodbye in fear is een berustende afscheidsbrief (“Never to meet again, never to part again”). Tussentijds horen we in Soljaris (een prachtige film van Tarkovski) een vrouw, (de geliefde?) een brief lezen in het Russisch, begeleid door het geluid van de typemachine. Postbezorging op een atoomonderzeeer lijkt me een probleem: eenzaam. 
Verder is de plaat instrumentaal, met een enkele uitzondering als het Nederlandstalige Kogel (volledige tekst: “Kogel, Vernietig”), als muziek bij een denkbeeldige film. Zonder uitleg had ik niet bedacht dat die over de Koersk zou gaan, al doen de holle slagen op hout of metaal wel de buizen wel onderwater-achtig aan, en de Residentsloopjes zijn duidelijk nucleair geladen. Maar als Smetana’s Moldau geen Moldau geheten had… 
Belangrijker is dat It’s good to be on a well-run ship gewoon hele fijne muziek bevat. Zeker niet benauwd en claustrofobisch zoals ik me zou voelen op zo’n atoombootje in de Barendszee. 
Smalts klinkt als schip beduidend steviger dan de Koersk. Eerder dan nucleaire straalt er een lading van speelplezier vanaf. Fraai, helder opgenomen, virtuoos maar bescheiden, zonder dikdoenerij. Niet gehinderd door enig commercieel belang bloeien de interessantste initiatieven. Kleinschalig, maar daarom niet zonder impact. Varen met die boot! Stap rustig in.